maandag 17 januari 2011

Kolencentrale


Er hangt hier een typische lucht die ik juist met deze plek associeer, al heb ik hem ook elders geroken, in de Ardennen bijvoorbeeld. Ook een heuvelachtig landschap.
Maar de geur hoort voor mij bij Engeland, Somerset om precies te zijn.
Het is de geur van een kolencentrale die de huishoudens verwarmt en van elektriciteit voorziet.
Als ik door de straten van Yeovil loop, waar ik in mijn jeugd twee jaar heb gewoond, treft het me dat de meeste mensen blijkbaar het liefst binnen zitten. Of het nou regent of een stralende dag is, mensen spelen op zeker. Gordijnen dicht en televisie aan.
Het is het land van de kolencentrales en satelliet-TV. Sky Network domineert hier. Eindeloze reeksen met kanalen worden gepresenteerd in een overzichtelijk menu. Nieuwe uitzendingen worden zorgvuldig gedoseerd maar je wordt overstelpt met herhalingen. Herhalingen uit de jaren '50, '60, '70, '80, '90 tot nu. Sommige dingen heb ik al tientallen keren gezien.
Maar nu sta ik even aan de andere kant van de gordijnen te genieten van de heuvels met eeuwenoude heggen in de bitterzoete geur van een kolencentrale.

zondag 16 januari 2011

Geheim


"Het geheim is dat ik niet echt besta, bewijs het maar eens."
"Ik ga me niet eens aan een poging wagen omdat ik weet dat je me toch belachelijk maakt" zegt het meisje.
"Waarom zou ik dat doen" reageer ik, "jou belachelijk maken?"
"Ik denk niet zoals jij, iedereen denkt anders." Ze begint haar spulletjes in haar tas te doen. Etui, telefoon, sleutels. Ze heeft haar hand op haar jas gelegd, maar is nog niet opgestaan.
"Ik zie toch dat je bestaat". Nu kijkt ze ook naar haar jas, al betwijfel ik of ze beseft dat ze eigenlijk al deze ruimte verlaten heeft. Buiten toetert een auto. Ze kijkt me aan.
"Ik bedoel dat ik niet besta, en jij trouwens ook niet, zoals we denken dat we bestaan. Jij ziet een stukje van mij, en denkt me helemaal te zien. Dat gaat gewoon niet, het is een illusie".
Ze staat op. Tas in de hand, jas gedrapeerd over haar rechter onderarm. Ze staat recht, houdt haar adem in, wil zich omdraaien maar bedenkt zich. "Dit alles is voor jou een excuus om niets te doen. Om je af te sluiten." Ze zucht. Ze loopt de kamer uit en de trap af. Ik hoor de deur dicht vallen.

vrijdag 10 september 2010

Speciaal voor allemaal

Onderstaand verhaal is gepubliceerd in een eenmalige uitgave van Trailer, een curatorcollectief met als basis Roodkapje, rotterdam. Het tijdschrift is online in te zien op www.trailernet.org.

SPECIAAL VOOR ALLEMAAL

Stanley van der Meer

Verlangen om iets te maken, om iets terug te zien in iets anders, te groeien, op avontuur te gaan. Het begint met een minuscuul gebaar dat opzwelt tot een drang. Een drang die doet trillen, zich warm wrijft, onuitstaanbaar is. Het idee is, dat wat wil, wordt toegelaten. Het verlangen om ergens de naam boven te zetten en te zeggen “dit gemaakt, speciaal voor allemaal”. Nu is er toegegeven, en we zijn weg.

Stapje voor stapje het onbekende in, voorzichtig maar vastberaden. Aftastend naar de grenzen, krakend strekken tot het uiterste. Iedere aanraking opent een deur, openbaart een volgend pad. Oeverloos klotsen in oceanen van mogelijkheden, op zoek naar een koers. De glinstering van de golfslag is oogverblindend en doet duizelen. Het lichaam wordt warmer en warmer, mond is droog en stil. Wegdrijven als in een droom naar een plek die vreemd voordoet. Met een plafond dat een duistere ruimte van onbekende diepte overkapt. Voel beklemming en ontheemding. De onmetelijke duisternis boezemt angst in. Hoofd valt in handen. Lichaam krimpt ineen.

Dan volgt er een lange, diepe zucht. Hoewel één uit teleurstelling voelt het plezierig om de longen volledig te vullen. Berusting. Het ademen herhaalt zich, in en uit, in en uit. De verdoving lost langzaam op. Laven aan water, spoelen, drinken, wassen. Krachten verzamelen. Met nieuwe ogen turen in de diepte, hem nauwgezet en kalm bestuderen. Plotseling is er doelgerichte actie. Houden wat behaagt en onverbiddelijk wegsturen wat ontstemt. Binnen een mum van tijd is de klus geklaard en toont zich een nieuwe ruimte.

Hier ontstaan de eerste vormen van pril geluk. Voorzichtig zoekt de een, de ander. Verbindingen worden voorgesteld en wordt er overlegd in serene stilte. Daadkracht raakt verzoend met afstand en tijd. Weerstand omarmt vrijheid en komt tot vormen. Vanaf hier gaat het vanzelf, mits de juiste prijs wordt betaald. Uitwisseling van liefkozingen.

Zonder blikken of blozen, verschijnen overal en nergens knoppen die met luid kabaal openklappen en weer verwelken.. En meer, en meer. Plukken en vangen, kneden en rekken, splijten en plakken. Combinaties en patronen vormen zich in een ijl tempo tot een caleidoscopisch geheel. Kopiëren, imiteren, knippen, plakken en muteren. Begeleid door een dreunend ritme dat uitnodigt tot een bedwelmende en extatische dans. Zo wonderlijk is het door de tijd te worden verzwolgen en op te gaan in altijd.

Er springen felle vonken van en naar alle richtingen, listig alle weerstand omzeilend. Ze fonkelen en verlichten de duisternis die rest. Verraden de verhalen van weleer en die komen gaan. Plagerig sporen ze aan tot onverwachte wendingen en spannende plots. Het kan altijd gekker en leuker. Meer! Sneller! Beter! Iedere actie blijkt een spoor achter te laten die verleidt tot herleiden. Een zinnenprikkelend gezicht doemt op waarin duidelijk iets van herkenning te vinden is, al is het steeds anders, en zo plotsklaps weer verdwenen. Verlangen naar anders dan alleen. Emotie herenigen met gedachte, herinnering met verhaal. Steeds anders, vol leven.

En zo spoor ik jou op, als in het maken van een levend portret. Door waar te nemen uit alle macht vind ik de ander, in jou, in mij. Opgelost in dronkenschap van het leven geef ik mij aan je over en maak ik je waar je bijstaat. Jij bent van niemand, onafhankelijk en onbereikbaar, en toch zijn we hier samen, verenigd in tegengesteldheid. Verlangen maakt nieuwe vormen mogelijk die alleen kunnen gedijen in vrijheid. Creëren laat zich niet vangen in neuroses van bezitterigheid. Er is een vernietigende kracht die uitgaat van “jij bent van mij”, terwijl het niet eens kan. Alleen het niets kun je meenemen in de dood.

Aangeleerd dat alles vaststaat en werkt als een kosmische klok ontdek ik dat het anders is. Eerder onbenoemd en onbestemd. De realiteit laat zich niet vangen in constructies. Nu mag ik graag alles gulzig in me opnemen als een spons, en knijp hem ondeugend boven je hoofd uit. Niemand kan de waarheid claimen, alleen niemand.. Je gilt van afgrijzen en plezier. Voel je hoe de druppels rollen over je voorhoofd, langs je ogen, langs je lippen? Ik kus je voorhoofd en kijk je opgetogen aan.

Er huist een universum in jou, besef je dat?